Gedrag

De cavia heeft een heel arsenaal van mogelijkheden om met zijn omgeving te communiceren. Oorspronkelijk komen cavia’s uit gebieden waar veel struiken staan en hoog gras groeit. Ze zijn in deze omgeving vaak niet in staat elkaar te zien. Om deze redenen hebben ze allerlei geluiden ontwikkeld om contact met elkaar te onderhouden.

 

Hoog, hard piepen

Hoog, hard piepen, door sommige mensen ook fluiten genoemd, doet een cavia om aandacht te trekken. Jonge dieren die zijn afgedwaald doen het om hun moeder te roepen. Bij mensen zullen cavia’s gaan piepen als het voertijd geworden is of als de mensen na lange tijd van huis zijn geweest weer thuiskomen.

 

Knorren

Als een cavia knort, wil hij aangeven dat alles in orde is en er geen gevaar dreigt. De cavia voelt zich goed en wil aangeven dat andere cavia’s rustig bij hem kunnen komen om eens te kijken hoe het daar is.

 

Stoterige geluidjes

Korte, stoterige geluidjes dienen ter onderlinge communicatie en als onderlinge band. Deze geluidjes dienen om contact te bewaren wanneer de dieren elkaar niet kunnen zien.

 

Sissen of klappertanden

Als een cavia gaat sissen en/of klappertanden is er iets mis; dit geluid laten ze horen als ze kwaad zijn. Ook worden deze geluiden gebruikt als imponeergedrag tussen twee beertjes. Het sissen en klappertanden zal een cavia tegenover de mens niet laten horen.

 

Brommerig gekwetter

Een brommerig gekwetter is een geluid dat bij de hofmakerij hoort. Als de cavia de mens op deze manier benadert, vindt de cavia hem in ieder geval bijzonder aardig.

 

Lichaamstaal

Naast de geluidjes hebben cavia’s ook een vrij duidelijke lichaamstaal. Cavia’s hebben af en toe een “dolle bui”: ze springen dan luid kwetterend hoog in de lucht en draaien dan een slag. Hierbij rennen ze hard door de kooi. In rust ligt een cavia vaak een beetje op zijn zij onder of in een bedje van hooi.

 

Meest voorkomende lichaamstaal:

  1. Neuscontact en beetje duwen: herkenning door geur en initiëren contact
  2. Omhoog komen met stijve knieën: voelt zich bedreigd
  3. Kopje naar rechts: kracht, dominantie over de ander
  4. Tanden bloot, bekje open: waarschuwingsteken van vrouwtje aan mannetje
  5. Uitstrekken: ontspanning en comfort
  6. Huppelen en springen: plezier, energie en speelsheid
  7. Bewegingsloos op de rug liggen: verdediging, respons op angst (bevriezing)
  8. Op achterste pootjes staan: naar voedsel reiken, ruiken
  9. Kopje naar voren gestrekt: op de uitkijk, voorzichtig
  10. Pootjes ingetrokken, tegen de muur: bang en bedreigd, voor bescherming